De middenspelpuzzel: investeren in de toekomst


Afgelopen donderdag toog ik samen met de andere spelers van KTV 3 naar Purmerend voor een bondswedstrijd tegen Eggert. Ik speelde met zwart tegen een sterke tegenstander, en omdat dit team waarschijnlijk samen met Volendam onze belangrijkste concurrenten zijn voor de overwinning in de poule, was minimaal remise noodzakelijk. Ik investeerde op zet 16 maar liefst 30 minuten in de stelling, en deed daarna een stille, passieve zet in plaats van een spectaculair offer. Dat bleek geen zonde van de tijd, en is voor mij een bewijs dat middenspelstellingen benaderd zouden moeten worden alsof het puzzels zijn.

Ik koos in de opening voor een koningsindisch spel, dat me in de beginfase een solide stelling garandeert tegen al te scherp spel, en mij in het middenspel tegelijkertijd goede kansen geeft op een mooie koningsaanval. Ook in deze partij kwam dit uit.
Mijn tegenstander was, getuige het 5. e3 en 6. Le2 ook content met een solide stelling, zonder al te veel agressie. Omdat na 8. Dc2 mijn tegenstander niet van plan bleek om direct de ruimte in het centrum te nemen, overwoog ik om mijn witte loper over de lange diagonaal te ontwikkelen, maar na 9. d5 kies ik alsnog voor het ‘gewone’ plan van Pc5 en de witte loper langs de korte diagonaal.

In plaats van Pc5, had ik ook 10. Pxd5 omdat na cxPd5 het paard op g5 hangt voor mijn dame. Ik vond echter dat aan het eind van de variatie zwart weliswaar een centrumpion voor komt, maar dat de stelling slecht is, met drie stukken op de achterste rij, een koning op de tocht en wit die snel via twee maal schaak zwart flink onder druk kan zetten.

11. Lf5 speel ik om de paardenruil af te dwingen en mijn dame te ontwikkelen. De variant waarbij zwart beide paarden ruilt en de witte dame de hoek in drijft, om daar op termijn, ondersteund door de f en de e pionnen een koningsaanval op te zetten, leek me wat te scherp: ik kende mijn tegenstander niet, en ik vond het nog wat te vroeg om alles te investeren in een overstrekt centrum. Ik denk dat ik daar de evaluatie onderschat heb, want volgens Stockfish is die variatie aanmerkelijk beter (na Dg3 -1.4 en na Df4 zelfs -2).

Na de paardenruil is mijn opening afgelopen – ik heb al mijn stukken ontwikkeld, en kan met mijn torens het centrum gaan ondersteunen. Mijn tegenstander moet alleen zijn zwarte loper nog een mooi plekje geven, maar kiest er in plaats van bijvoorbeeld het gezonde Le3 voor het aanvallende f4!?

Hier besloot ik eens goed naar de stelling te kijken, en te bestuderen wat er in de stelling zit (zie diagram 1).
14

Mijn eerste gedachte is dat wit wil dat ik f4 sla, zodat hij zijn zwarte loper kan ontwikkelen. Mijn dame komt dan in een aftrekveld te staan – de loper blokkeert immers de vrijgekomen loper. Dat kan dan vervelend worden. Wat gebeurt er echter als ik de f pion niet neem?
Ofwel fxe5, Dxe5, Lf4 is een tempo zet waarmee de loper alsnog wordt ontwikkeld, ik ben dan bovendien een belangrijke centrumpion kwijt – ofwel f5 met de dreiging mijn koningsvleugel te beschadigen. Ik denk dus dat ik verplicht ben om f4 te slaan, want de alternatieven zijn slechter.

Na de ruil komt bovendien de zwarte diagonaal van mijn dame en loper vrij. Na Dd4+ zal zwart zijn koning in de hoek zetten, want wie wil er nu een toren in de penning zetten? Zo geschiedde. Maar na 16. Kh1 rest de vraag hoe het nu verder moet. Mijn intuïtie zei me dat er op zichzelf iets te halen moet zijn. De e-pion is verzwakt, en kan gemakkelijk worden aangevallen met Te8 – alleen, welke toren dan? En wat is dan wit’s beste zet? Ik had na positie al eventjes kort over de mogelijkheden gefantaseerd, maar nu we in deze stelling zijn aanbeland, zal er toch verder moeten worden gekeken. (Zie diagram 2).

16

Ik heb op dit punt in de partij (1.40 + 0.10 per zet) een half uur van mijn tijd geïnvesteerd in het onderzoeken van de mogelijkheden. De beste zet is Tae8, maar ik maakte de denkfout door te veronderstellen dat na e5 en xe5 mijn dame hing voor Tad1 – zwart heeft echter nog Lf5 met een aanval op de witte dame als reddende zet – die had ik over het hoofd gezien, ik was nogal gepreoccupeerd met het winnen van de e-pion.
De lijn met Tae1 liet ik dus na ampel beraad voor wat het was, denkende dat mijn dame gevangen zou worden.

Daarna vervolgde ik met het beschouwen van de stelling als een puzzel. Als dit een puzzel was, wat zou dan de truc zijn? Ik overwoog om het c5 paard te offeren op de e pion. Ik kom dan twee pionnen achter, maar eentje win ik sowieso terug op b3 als ik de dames ruil, maar krijg ik niet gewoon dat paard terug nadat ik de e-lijn voor mijn torens pak, bijvoorbeeld via Pxe4, Pxe3 Lf5, Lf3 Tae8, Tae1 Te7 met het doel te verdubbelen, immers Lg5 haalt na f6 niets uit en ik kan dan verdubbelen.
Het is maar goed dat ik deze lijn niet gespeeld heb, want het is compleet verliezend na g4 en Lf2 – ik krijg mijn paard nooit terug en kom positioneel verschrikkelijk slecht te staan. Na 20 minuten analyseren trok ik dan ook de enige juiste conclusie: zelfs als wit niet allemaal de beste zetten doet, is de stelling te onoverzichtelijk en zijn er te veel mazen in het net om doorheen te glijden. Het offer is niet speelbaar, omdat de druk niet concreet genoeg wordt. Ik besluit daarom mijn dame maar gewoon terug te zetten op f6 met als plan om deze indien mogelijk te planten op h4, om zo de pion van de zijkant aan te gaan vallen. Het is niet de beste zet, maar op dat moment zag ik niet hoe ik mijn betere stelling moest omzetten en besloot dat niet-blunderen de beste zet was.

De vraag is nu of die dertig minuten zijn weggegooid, of dat die zijn geïnvesteerd in de toekomst.

Veel mensen zullen nu zuchten en steunen. Ik heb immers dertig minuten geïnvesteerd in het onderzoeken van talloze lijnen, de beste zet is verworpen, een zinloos offer is diep bekeken en verworpen, en uiteindelijk is er een matige zet gedaan die de stelling op zichzelf niet verder helpt. Weggegooide tijd, toch? De vraag is nu of die dertig minuten zijn weggegooid, of dat die zijn geïnvesteerd in de toekomst.

zwart-speelt-en-wint-materiaal In het bestuderen van de stelling heb ik verschillende tactische en strategische mogelijkheden ontdekt, die ik weliswaar niet gelijk speel – omdat dat niet kan – maar die in de toekomst actueel kunnen worden. Het zit immers in de stelling – nu misschien nog niet, maar even later wel. Twee zetten later is daarvan al het bewijs. Zwart speelt, in wint materiaal (zie diagram 3).
Na deze zet maakt mijn tegenstander overigens nog een fout, waardoor de partij bij geen fouten definitief in het slot gaat, al moest ik daar nog wel 30 zetten voor doen. Weliswaar een kwesttie van techniek, geef ik mijn tegenstander geen kansen meer om nog iets van zijn materiaal te maken.

(Indien nodig kunt u het schaakbord omdraaien met zwart onderin door op het e7 veld te klikken. U kunt dan weer terug met wit onderin door op e2 te klikken.)

Het bestuderen van de stelling op zet 16 maakt de tactiek op zet 18 mogelijk. Het investeren van tijd, is niet alleen van belang voor de stelling op dat moment, maar doordat je inzicht krijgt in wat er in een stelling mogelijk is, krijg je ook een voordeel op de middellange termijn. Het bestuderen van middenspelstellingen is dus ook als je dat spectaculaire offer uiteindelijk niet speelt, maar besluit toch voor een wat passieve of stille zet te doen geen verspilde tijd, maar een waardevolle investering in scherp spel op een ander moment.


Over hoentie

Docent, geograaf, sportman, schaker, schrijver, kaas, koffie, lezen, reizen, sauna's, jongleren, behoorlijk beroerd schaken, zelfverklaard sitcom expert, amateurkok, bon-vivant, nerd, kunst, HBO series, jonge hond.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *