Passief spel wordt afgestraft


Gisterenavond speelde ik een voor mijn doen zeer goede partij met zwart tegen een tegenstander waar ik normaal gezien van zou moeten verliezen. Ik had een goede avond, mijn tegenstander niet. Het kan verkeren. Vanochtend heb ik eens geprobeerd te achterhalen waarom mijn tegenstander nu eigenlijk in de problemen kwam. Mijn oordeel: te passief.

Op d4 antwoord ik graag met de Nederlandse verdediging (f5 + pf6), omdat dat vaak leuke, scherpe spelen worden waarin beide partijen kans hebben om te winnen. Maar ik vreesde mijn tegenstander en besloot om een solide, verdedigende opening te spelen. Ik verwachtte absoluut niet te winnen en achtte een remise het hoogst haalbare. Twee weken geleden hadden we in een vluggertje al eens de degens gekruist, en had ik twee keer kansloos verloren.

De analyse van de partij hieronder laat zien hoe mijn tegenstander al snel in de problemen komt na 6. b3 en 7. Lb2. In feite had ik nòg agressiever moeten spelen, door gelijk c5 te spelen, maar ik was eigenlijk e5 aan het voorbereiden (een meer natuurlijker manier om het konings indisch te spelen).
Het verschil met mijn tegenstander is denk ik, dat ik mijn ‘vergissing’ tijdig inzie en mijn spel aanpas door tempoverlies te nemen, en het spel te verleggen naar de damevleugel, en mijn tegenstander blijft volharden in passief spel, waardoor ik mijn positie – ondanks veel onzuiverheden – kan blijven versterken.

Ik begrijp niet goed waarom wit pas in zet 19 paard d5 speelt – die zet zou mijns inziens veel problemen kunnen voorkomen, bijvoorbeeld na een dameruil in zet 9 en het afruilen van de donkere lopers landt er een pion op d5 en kan wit vrij probleemloos naar de koningszijde rokeren. Misschien niet het spannendste spel, maar wit staat dan mijns inziens beter, en voorkomt een hoop problemen.

Ook ikzelf had wat actiever kunnen spelen. Bijvoorbeeld 11. a5 is niet overtuigend. Ik doe het, omdat ik wil voorkomen dat wit de c pion gaat ondermijnen door b4 te spelen. Beter is het hier om gelijk f3 te slaan, en daarna het paard in te spelen op d4 met een tempo op de dame. Daarna is e5 een solide zet die hetzelfde bewerkstelligt als a4 en daarbij zelf e5 met een tempo op het paard voor wit wegneemt.

Na de lange rokade van wit in zet 12 wordt het wel heel penibel: f3 valt met een nare dubbelpion. Naast f3 valt het paard op d4 natuurlijk ook de pion op b3 aan dus na de blunder in zet 14 en het vorkje overwoog mijn tegenstander opgave. Uiteindelijk probeerde hij er nog iets van te maken en haalde zijn hele trucendoos open.

Ook hier wordt passiviteit weer bestraft – ik trek mijn dame terug naar d8 en verlies ‘m na een taktiekje die ik had gemist. Beter was daar om 19.Db3 te spelen en de leidende partij te blijven in de partij, maar ik geef het initiatief tijdelijk uit handen om het daarna – best knap eigenlijk – langzaam terug te veroveren.

Uiteindelijk slaagt wit er niet in met de pionnen een daadwerkelijke dreiging te vormen, en na de ontwikkeling van mijn stukken geeft wit moedeloos op na zet 41.


Over hoentie

Docent, geograaf, sportman, schaker, schrijver, kaas, koffie, lezen, reizen, sauna's, jongleren, behoorlijk beroerd schaken, zelfverklaard sitcom expert, amateurkok, bon-vivant, nerd, kunst, HBO series, jonge hond.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *