Films voor Myrthe: 1995

The usual suspects

Myrthe is de dochter van vrienden. Ze weet niets van films uit de jaren 1990. Dus trakteer ik haar op mijn favoriete films uit dat decennium: een recensie voor elk jaar.
Vandaag 1995.

Beste Myrthe,

In 1996 won Braveheart, een historisch heldendrama van Mel Gibson over de Schotse onafhankelijkheidsstrijder William Wallace niet minder dan 5 Oscars en een Golden Globe terwijl er ‘in werkelijkheid’ helemaal niets van klopt.
Al in de openingsscène wordt het verkeerde jaar genoemd als sterfjaar van Alexander III van Schotland (1280 in plaats van 1286), en William Wallace en Princes Isabella van Wales hebben elkaar nooit gekend (in 1305 was Isabella 9 en woonde in Frankrijk). Op internet circuleren hele grappige lijstjes met schier eindeloze opsommingen van alle onjuistheden. Hoe kan het, dat een film waar men op ostentatieve wijze afscheid neemt van historische accuraatheid, toch de grote winnaar wordt als de prijzen worden uitgedeeld?

Om te snappen wat er aan de hand is, moet je iets meer begrijpen van wat het medium film is, en hoe mensen naar film kijken. Met The Matrix hebben we al gezien dat het fenomeen ‘werkelijkheid’ en ‘waarheid’ misschien wel helemaal niet zo vanzelfsprekend is als mensen denken.
Postmodernisten doen niet aan DE waarheid, zij vertellen liever EEN waarheid. Een waarheid als constructie, iets is niet uitsluitend wat een zender (auteur of spreker) ermee bedoelt, maar iets is op zijn minst ook, misschien zelfs uitsluitend, wat de ontvanger (het publiek, of de toehoorder) er zelf van kan maken. Iets is wat zintuigelijk wordt waargenomen, en door de hersenen wordt geproduceerd. Daarom kan een boek of film dus voor de een, iets heel anders’ betekenen dan voor de ander: het publiek interpreteert, en produceert daarmee HUN waarheid.

Braveheart wordt een allegorie voor het Amerikaanse tweepartijensysteem.

Braveheart is een verhaal van een eerlijke, hardwerkende man die in opstand komt tegen de gemene Engelse onderdrukking. Het is een echo van het geromantiseerde Amerikaanse onafhankelijkheidsverhaal waarin de Britse koloniën alleen belasting willen betalen als ze ook gerepresenteerd zijn in de Londense politiek.
Een tweede laag in de film is die van de oneerlijke bestuurlijke elite – op papier zijn de Engelse en Schotse edelen elkaars vijand, maar in het geniep maken ze afspraken om de eigen belangen veilig te stellen ten koste van het gewone volk, waarmee Braveheart een allegorie wordt voor het Amerikaanse tweepartijensysteem.

“Braveheart’s Wallace, standing as he does outside the official system of governance, offers American audiences the medieval equivalent of a viable third-party candidate, a simple man whose convictions, determination and bravery are strong enough (momentarily) to overcome tyranny, punish corruption, and enact justice” (Sharp, 1998).

Omdat het Amerikaanse publiek zijn gesocialiseerd in deze symboliek, omdat ze het verhaal van de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd kennen, zijn ze in staat om dit verhaal in Braveheart te reconstrueren, en worden de sociaal-culturele waarden als vrijheid, dapperheid en gerechtigheid herkend, gewaardeerd en herladen met betekenis. Wat Braveheart in feite doet, is betekenis herscheppen aan twintigste-eeuwse normen, waarden en politiek door een compleet fictieve geschiedenis te herschrijven.
Braveheart is, als historisch document, een sentimenteel gedrocht. Als symbolische hervertelling van een geromantiseerd scheppingsverhaal voor de Verenigde Staten is het een interessante inkijk in de politieke verhoudingen, en zou je het zelfs kunnen bekijken als actuele politiek frame met de opkomst van Trump’s populisme in het achterhoofd.

Het jaar 1995 was ook het jaar van twee extreem sterke misdaadfilms. De eerste behandelt menselijk handelen en de relatie van ‘zonde’ als een mysterieuze seriemoordenaar een rijtje ‘zondaars’ om zeep helpt door het slachtoffer te dwingen hun zonde tot in het extreme door te voeren.
Het eerste slachtoffer dat gevonden wordt is ziekelijk obese man die wordt gedwongen zichzelf dood te eten, om zo aan de wereld duidelijk te maken dat de dodelijke zonde vraatzucht niet ongestraft voorbij kan gaan. Een voor een komen de dodelijke zonden aan bod: ijdelheid, hebzucht, luiheid, lust, afgunst en gramschap worden door de sadistische seriemoordenaar met beangstigende precisie geënsceneerd.

De opening credits van Se7ven zijn misschien wel de griezeligste ooit gemaakt. De hele film heeft een beklemmende sfeer, die wordt versterkt door de relatieve anonimiteit van alles. Allereerst de stad: die heeft geen naam. Op de politie autos die rondrijden valt geen plek af te lezen, het plaatsnaambord dat in beeld komt zegt alleen ‘City Limits’ en de karakters in de film refereren enkel aan de stad met ‘this place’ of ‘this city’. In de stad regent het consequent de hele film door: maar de architectuur lijkt op de oostkust. Als de agenten met John Doe de stad verlaten rijden zij een woestijn in. Die tegenstelling is bewust: de stad is niet bedoeld als concrete plek – het is een symbool. Dit gebeurt niet in Seattle, Los Angeles, Baltimore of Phoenix – dit gebeurt overal. (Zie voor een diepere analyse van de alledaagsheid en banaliteit van het kwaad de bespreking van C’est arrivé pres de Chez vous in het deel dat 1992 behandelt.)

Se7en is een intelligente, grimmige film die ons vraagt na te denken over de alledaagsheid van zonde. In een monoloog zet John Doe zijn visie uiteen: hij ziet de wereld als Sodom en Gomorrah, hij toont aan dat ieder van ons zondigt, want – zo stelt de moordenaar – onze maatschappij tolereert de alledaagse zonde om ons heen.

David Fincher, die onder andere ook Fight Club (1999) en The Game (1997) regisseerde, zou in de late jaren 2000 en begin jaren 2010 uitgroeien tot een van de belangrijkste en invloedrijkste regisseurs die meerdere afleveringen House of Cards maakte, alsmede kassuccessen als Zodiac (2007), The Curious Case of Benjamin Button (2008), The Social Network (2010) The Girl with the Dragon Tattoo (2011) en Gone Girl (2014).

Kujan ondervraagt Kint

Kujan ondervraagt Kint

Voor mij is de beste film van 1995 echter de andere grote vertolking van Spacey van dat jaar: The Usual Suspects. The Usual Suspects is een film waar je het best zo min mogelijk over kan weten voordat je ‘m gaat zien. De film is in essentie een whodunnit: op een boot in de haven vindt een serie ontploffingen en moorden plaats. Er zijn maar twee overlevenden: een half verkoolde Hongaar die niemand verstaat, en de kleine crimineel Verbal Kint die met zijn manke poot en verstijfde arm in het politiebureau vastzit en wordt verhoord door special Agent Kujan.

Door middel van flashbacks vertelt Kint de spannende lotgevallen van een bende criminelen die elkaar kennen van een line up zes weken geleden. Kint zal over twee uur vrijkomen omdat zijn advocaat op mysterieuze wijze via politieke druk de officier van justitie heeft weten te overtuigen dat ze niets heeft voor een echte aanklacht. Kujan heeft dus weinig tijd, en is ervan overtuigd dat Kint meer weet dan hij in zijn verklaring heeft vertelt want er zijn nog te veel onbeantwoorde vragen.
Wat is er die avond op die boot nu precies gebeurd? Welke rol speelde de corrupte politieagent Dean Keaton? En de belangrijkste vraag van allemaal: wie is Keyser Soze?

The Usual Suspects is een bijzonder spannende film waarvan ik het zeek knap zou vinden als je het einde zou kunnen raden. De non-lineaire manier waarop het verhaal wordt vertelt, het plot en vooral het ijzersterke samenspel van de groep acteurs zorgt ervoor dat The Usual Suspects een moderne klassieker mag worden genoemd.
Veel kijkplezier!

Bron citaat:
Sharp, M. D. (1998). Remaking Medieval Heroism: Nationalism and Sexuality in Braveheart. Florilegium, 15, 251-266.


Over hoentie

Docent, geograaf, sportman, schaker, schrijver, kaas, koffie, lezen, reizen, sauna's, jongleren, behoorlijk beroerd schaken, zelfverklaard sitcom expert, amateurkok, bon-vivant, nerd, kunst, HBO series, jonge hond.

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *